Terug naar het overzicht

Functioneel gebruik

Functioneel gebruik

Soms worden panden die onder leegstandsbeheer vallen, niet als leegstaand meegeteld, omdat ze tijdelijk voor iets anders worden gebruikt. Hetzelfde geldt voor panden die grotendeels of half leeg staan. Meestal wordt dit aangeduid als functioneel gebruik.

Voorbeeld: Als een pand één dag in de week gebruikt wordt door de scouting (en 6 dagen niet in gebruik is), is er geen sprake van leegstand.

Voorbeeld: Wanneer een school of onderwijsinstelling een (bij)gebouw slechts twee of drie keer per jaar benut voor een evenement of speciale gelegenheid, en het voor de rest niet in gebruik is. Is er dan sprake van leegstand?

Functioneel gebruik (of 'tijdelijk gebruik')

Wanneer een pand formeel als "in gebruik" wordt aangemerkt door een tijdelijke of beperkte invulling, terwijl het pand in essentie (grotendeels) leegstaat of niet meer de oorspronkelijke functie vervult, spreekt men vaak van functioneel gebruik of tijdelijk gebruik. Zodra een pand een actieve gebruiksbestemming krijgt, hoe marginaal ook, wordt het in de statistieken uit de categorie 'leegstand' gehaald. Het pand is dan "in gebruik genomen".

Antikraak of tijdelijk beheer

Dit valt onder de paraplu van tijdelijk leegstandsbeheer. Hoewel het pand in de kern leegstaat, wordt het juridisch gezien als 'bezet' door de tijdelijke gebruikers (zoals antikraak-bewoners). Hierdoor vervalt de status 'leegstand' in de gemeentelijke administratie.

Onderbezetting

In het specifieke gevallen wordt er ook gesproken van onderbezetting of verborgen leegstand. Bijvoorbeeld als schoolgebouwen, zorginstellingen of grote kantoorpanden alleen maar deels in gebruik zijn. Omdat een gebouw niet volledig ongebruikt is, wordt het niet als 'leeg' geclassificeerd, ook al is de effectieve benutting van de ruimte zeer laag.

Leegstand-ontduiking of schijngebruik

Wanneer dit met opzet wordt gedaan door een eigenaar om (bijvoorbeeld) een handhaving of leegstandsheffing te ontwijken of om niet te voldoen aan een zelfbewoningsplicht of verplichting tot herontwikkeling, wordt dit door beleidsmakers vaak leegstand-ontduiking genoemd. Men spreekt dan van 'schijngebruik' volgens de Leegstandwet. Als het gebruik alleen bedoeld is om de leegstandwet te ontwijken, dan telt het niet als gebruik. Oftewel het verbergen van leegstand door schijngebruik is nog steeds leegstand.

Er zijn een aantal redenen waarom panden op deze manier uit de statistieken worden gehouden:

Het vermijden van handhaving, leegstandsheffingen of onroerendezaakbelasting-verhogingen.
Een pand dat formeel in gebruik is, is vaak makkelijker of goedkoper te verzekeren tegen brand of vandalisme dan een volledig leegstaand pand.
Door een pand 'in gebruik' te geven, is het moeilijker voor krakers om het pand te betrekken, omdat er sprake is van gebruik, hoe beperkt ook.

In Vlaanderen wordt een andere definitie voor Leegstand gehanteerd. Daar wordt een gebouw als leegstaand beschouwd als meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte gedurende ten minste twaalf maanden niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt gebruikt.

Volgens deze definitie kan een woonruimte dus ook leegstaan wanneer deze niet gebruikt wordt om in te wonen, maar voor werk, opslag of andere functies.