Leegstandbeleid begint bij inzicht. Maar dat inzicht ontbreekt bij de meeste Nederlandse gemeenten. Gemeenten geven aan dat ze door capaciteitsgebrek te weinig zicht hebben op de omvang en aard van leegstand in hun gemeente. Dat blijkt uit de Evaluatie van de Leegstandwet, een onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Onderzoek van Kadaster en Geonovum bevestigt het probleem: accurate en betrouwbare leegstandsgegevens zijn voor gemeenten simpelweg niet beschikbaar. Databronnen bestaan wel, zoals de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en energieverbruiksdata, maar zijn niet ingericht voor structureel leegstandstoezicht op gemeentelijk niveau. De koppeling tussen bronnen ontbreekt, en de capaciteit om data te interpreteren en om te zetten in beleid is in veel gemeenten beperkt.

Van alle gemeenten in Nederland gebruiken er slechts een handjevol de volledige mogelijkheden van de leegstandsverordening. Wie raadsvergaderingen en beleidsdiscussies volgt, ziet een terugkerend patroon: de meeste voorstellen stranden. Critici trekken de effectiviteit in twijfel en zien de administratieve last als buitensporig. Daar komt bij dat betrouwbare cijfers ontbreken: voorstanders en critici hanteren andere cijfers, maar niemand weet precies hoeveel panden er leegstaan en waar. Zonder die onderbouwing blijven de potentiële opbrengsten van een verordening vaag, en daarmee ook de politieke wil om haar in te voeren. De grootste vrees is dat de ambtelijke capaciteit opgeslokt wordt terwijl leegstaande panden leeg blijven.

De conclusie is pijnlijk eenvoudig: zonder inzicht is er geen aandacht, en zonder aandacht blijft leegstand bestaan en leidt het tot stilstand. Terwijl woningzoekenden blijven wachten en de woningnood alleen maar toeneemt, tasten veel gemeenten in het duister over wat er in hun gemeente leegstaat.