De huidige wooncrisis gaat gepaard met groeiende tegenstellingen. Aan de ene kant vallen steeds meer mensen buiten de boot, zelfs werkenden belanden op straat. Aan de andere kant zien mensen met woningbezit hun vermogen groeien zonder daarvoor iets te doen. Daartussen zit een grote groep die klem zit in onzekere, tijdelijke of te dure woonruimte.
Wat me verbaast, schrijft auteur Jeske Jongerius, is dat de wooncrisis standaard wordt vertaald als 'de woningmarkt is in crisis', en niet als 'ons woonrecht is in crisis'. Terwijl wonen als recht is verankerd in zowel de Grondwet als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Het doorgeslagen marktdenken, ondersteund met beleid en geld, heeft deze crisis laten ontstaan. Woningbezit wordt niet als vermogen belast, waardoor de schatkist jaarlijks 3 tot 4 miljard euro misloopt. De hypotheekrenteaftrek kost de maatschappij nog eens 9 miljard per jaar. Tegelijkertijd is de sociale huurvoorraad tussen 2013 en 2018 met 108.000 woningen afgenomen. Kraken is verboden, maar leegstand niet. Het Ministerie van Volkshuisvesting is afgeschaft.
'Dit zijn geen natuurverschijnselen, maar politieke keuzes.' Om een weg uit de wooncrisis te vinden, moet wonen worden gezien als ieders goed recht in plaats van primair een markt, als een collectieve zaak in plaats van een probleem van het individu.