Leegstaande winkels zijn geen nieuw verschijnsel, maar de urgentie om er iets aan te doen groeit. Eén leeg pand kan het begin zijn van een domino-effect: meer leegstand, minder bezoekers en een winkelgebied dat zijn aantrekkingskracht verliest. De leegstandsverordening is een instrument dat gemeenten hiervoor in kunnen zetten.

De Leegstandswet biedt gemeenten de mogelijkheid om een leegstandsverordening in te voeren. Na zes maanden leegstand geldt een meldplicht, moet de gemeente in gesprek met de eigenaar en kan er uiteindelijk een boete of dwangsom volgen. Gemeenten zijn binnen bepaalde kaders vrij om te bepalen hoe ze dat precies regelen.

In de praktijk kan de verordening zeker effect hebben, maar alleen als gemeenten er echt werk van maken. Een goed voorbeeld is Gouda, waar de verordening sinds 2017 van kracht is. Van de circa 400 panden in het kernwinkelgebied zijn er 40 als leegstaand geïnventariseerd; voor 10 langdurig leegstaande panden heeft het college recent een leegstandsbeschikking afgegeven. De sleutel tot dit succes: een persoonlijke benadering waarbij ambtenaren op locatie langsgaan en samen met eigenaren naar oplossingen zoeken. De uitvoering vraagt gemiddeld slechts 6 tot 8 uur per week van een bestaande ambtenaar.

Voorkomen is beter dan genezen. Vasthouden aan de hoogste huur of wachten op de perfecte huurder werkt averechts: het schaadt het hele gebied én de waarde van het pand. Samen werken aan een aantrekkelijk centrumgebied levert op termijn meer op dan kortetermijnrendement.

In Vlaanderen werkt een leegstandbelasting al jaren: gemeenten heffen een oplopende belasting op panden die langdurig leeg blijven. Ruim 90% van de Vlaamse gemeenten gebruikt het. In Nederland is de overheid vooralsnog terughoudend, maar de discussie loopt.