Om leegstand van woningen, winkels en kantoren te bestrijden kunnen gemeenten gebruikmaken van de Leegstandwet. Onderzoeksbureau RIGO evalueerde de wet eind 2024. De conclusie: de wet biedt potentie, maar is nog niet effectief genoeg.
De wet geeft gemeenten twee instrumenten: een leegstandsverordening waarmee druk kan worden gezet op eigenaren van leegstaande panden, en een vergunning voor tijdelijke verhuur. In de praktijk blijkt dat maar weinig gemeenten, 26 van de 342, een leegstandsverordening hebben. Gemeenten beschouwen de verordening als weinig effectief; het beste instrument om leegstand te bestrijden is volgens hen niet dwang, maar goed contact met eigenaren.
Amsterdam en Utrecht hebben betere ervaringen. Dat komt doordat deze twee gemeenten gebruikmaken van extra mogelijkheden uit de (voormalige) Crisis- en Herstelwet, die de slagkracht van de verordening uitbreiden. RIGO adviseert om deze extra mogelijkheden te verankeren in de reguliere verordening. De minister is voornemens dit advies over te nemen.
Over het instrument voor tijdelijke verhuur zijn de betrokken partijen positiever. Het is met name een aangenaam middel voor corporaties om hun bezit te kunnen verhuren tijdens sloop-nieuwbouwoperaties of renovaties. RIGO adviseert dit instrument op een aantal punten flexibeler in te richten, ook deze aanbevelingen wil de minister betrekken in een nieuw voorstel voor de Leegstandwet.