In heel Nederland staan ondanks de woningnood nog tienduizenden woningen langdurig leeg. Dat is volgens de gemeente Utrecht extra wrang voor mensen die wanhopig naar een huis zoeken. Met een strenge, nieuwe aanpak heeft de gemeente in twee jaar tijd honderden woningen weer beschikbaar gekregen voor bewoning.

Utrecht en Amsterdam behoren inmiddels tot de koplopers met een harde leegstandsaanpak. Terwijl het aantal daklozen stijgt en woningzoekenden jarenlang op wachtlijsten staan, stonden landelijk ruim 64.000 woningen langer dan een jaar leeg, waarvan in 2023 bijna 2.000 in Utrecht. Inmiddels is dat aantal fors teruggebracht naar circa 1.550.

Eigenaren zijn verplicht te melden als een woning langer dan zes maanden leegstaat. Wie dat nalaat riskeert een boete: 4.500 euro voor particuliere eigenaren en 9.000 euro voor bedrijven. Blijft een reactie na een waarschuwing uit, dan kunnen dwangsommen tot 10.000 euro worden opgelegd.

Bij eigenaren die wel melden, gaat de gemeente in gesprek. Redenen lopen uiteen van ingewikkelde scheidingen en erfenissen tot verbouwingen die stilvallen. Afhankelijk van de omstandigheden krijgen eigenaren een uiterste datum waarop de woning weer bewoond moet zijn, via verkoop, verhuur of zelfbewoning.

Het grote voordeel is dat het gaat om bestaande woningen waar direct mensen in kunnen wonen, in plaats van nieuwbouw die pas over jaren beschikbaar komt. Ook Amsterdam ziet resultaat: daar worden leegstaande woningen sinds de invoering van een nieuwe verordening ongeveer drie keer zo snel weer bewoond als voorheen.

De Tweede Kamer heeft in september een amendement aangenomen dat gemeenten de wettelijke mogelijkheid geeft om een leegstandbelasting op woningen in te voeren.