Naar de inhoud
Terug naar de kaart

Leegstandsbeleid in Nederland

Leegstand van woningen, kantoren en winkels is een aanhoudend maatschappelijk vraagstuk in Nederland. Om leegstand te beperken en het gebruik van vastgoed te stimuleren, beschikt Nederland over een juridisch kader dat de afgelopen decennia is uitgebreid en aangescherpt.

Leestijd8 minuten
Datum3 maart 2026

Deze pagina biedt een overzicht van het huidige beleid en de belangrijkste ontwikkelingen. Omdat wetgeving en uitvoering continue blijven veranderen, kan de informatie inmiddels verouderd zijn.Laatst gewijzigd: 21-3-2026

De Leegstandwet

De Leegstandwet, ingevoerd in 1981, vormt de kern van het Nederlandse leegstandsbeleid. Het doel van deze wet is om langdurige leegstand tegen te gaan en het (tijdelijk) gebruik van leegstaand vastgoed te stimuleren.

In de loop der jaren is de wet meerdere keren aangepast. Een belangrijke wijziging vond plaats in 2010 met de Wet kraken en leegstand. Die wet verbond twee dingen aan elkaar: kraken werd strafbaar, en gemeenten kregen met de leegstandsverordening een instrument om zelf regie te voeren op leegstand.

Twee belangrijke onderdelen in de wet:

1
Leegstandsverordening (gemeenten)

Gemeenten kunnen een leegstandsverordening vaststellen. Daarmee kunnen zij:

eigenaren verplichten leegstand te melden
een leegstandsregister bijhouden
in gesprek gaan met eigenaren over hergebruik
in sommige gevallen maatregelen opleggen
2
Tijdelijke verhuur (eigenaren)

Eigenaren kunnen via de Leegstandwet een vergunning aanvragen om leegstaand vastgoed tijdelijk te verhuren. Hierbij gelden afwijkende regels ten opzichte van reguliere huur, bijvoorbeeld met betrekking tot huurbescherming en opzegtermijnen. Dit moet het aantrekkelijker maken om leegstaande panden tijdelijk in gebruik te nemen.

Toepassing van de wet

Tijdelijke verhuur onder de leegstandswet wordt in veel gemeenten toegepast. De leegstandsverordening wordt veel minder toegepast. In 2012 bleek dat van de 41 gemeenten waarvan werd verwacht dat zij het meeste last zouden hebben van leegstaande bedrijfspanden, er drie een leegstandsverordening hadden: Amsterdam, Tilburg en Brunssum. Bij de evaluatie van de wet in 2015 waren het er acht, waarvan er volgens de onderzoekers vijf de verordening daadwerkelijk toepasten.

Aanvankelijk gold de leegstandsverordening alleen voor niet-woningenLeegstand van woningen was eerder al geregeld onder de Huisvestingswet., zoals kantoren, winkels en bedrijfspanden. Sinds 2015 kunnen gemeenten hem ook vaststellen voor woningen.

Aanvullingen en evaluaties

In de afgelopen jaren is de Leegstandwet verder aangevuld met handreikingen, onder andere voor de aanpak van leegstand van woningen, winkels en kantoren. Eind 2024 is de wet opnieuw geëvalueerd. Daarbij is ook gekeken naar experimenten in Amsterdam en Utrecht, waar tijdelijk strengere maatregelen mogelijk waren via de Crisis- en herstelwet.

Eigenaren van een lege woning zijn daar verplicht om binnen zes maanden melding te doen van leegstand. Indien ze dit niet doen, volgt een aanschrijving en mogelijk een boete. De gemeente gaat zelf op onderzoek uit, bijvoorbeeld door een melding uit de basisadministratie dat er al langere tijd niemand meer op het adres woont, door waarnemingen van toezichthouders of meldingen van omwonenden. Bron: Nul20

Aanscherping van de Leegstandwet (2025)

Het kabinet werkt aan de Wet aanpak leegstand, een wijziging van de Leegstandwet naar aanleiding van de evaluatie. Het voorstel ging in juli 2025 in internetconsultatie, de ministerraad stemde in april 2026 in en de Raad van State bracht op 22 juli 2026 advies uit. Het voorstel is nog niet ingediend bij de Tweede Kamer. Belangrijke voorgenomen wijzigingen zijn onder andere:

Verplichte termijn voor ingebruikneming

De gemeentelijke voordracht van huurders voor een leegstaand pand wordt vervangen door een verplichte termijn waarbinnen een pand weer in gebruik moet zijn.

Collectieve vergunningen

Voor tijdelijke verhuur kunnen zogeheten raamvergunningen worden ingevoerd, waarmee meerdere woningen binnen één project tegelijk verhuurd kunnen worden.

Meer bevoegdheden voor gemeenten

De gemeente mag het energieverbruik van een pand opvragen bij de netbeheerder om te controleren of het pand leegstaat.

Aanpassing regels tijdelijke verhuur koopwoningen

Er komen strengere regels voor de tijdelijke verhuur van woningen die te koop staan.

Nieuwe maatregel: leegstandsbelasting

Sinds maart 2026 is een nieuwe maatregel in werking getreden: de mogelijkheid voor gemeenten om een leegstandsbelasting in te voeren voor woningen die langer dan één jaar leegstaan.

Deze maatregel wordt door gemeenten zelf ingevuld (hoogte, toepassing en handhaving) en is primair bedoeld als prikkel, niet als inkomstenbron. De gedachte is dat een financiële prikkel eigenaren stimuleert om hun pand te verhuren, verkopen of ontwikkelen.

🇧🇪 Inspiratie uit Vlaanderen

De nieuwe leegstandsbelasting is geïnspireerd op de praktijk in Vlaanderen, waar 96% van gemeenten belastingen op leegstand heffen, niet alleen op woningen, maar ook op andere gebouwen. Dit wordt aangevuld met een belasting op tweede woningen en een specifieke krotbelasting. Het advies is om deze opbrengsten in een 'Vernieuwingsfonds' te stoppen, bedoeld om leegstaande of verwaarloosde locaties nieuw leven in te blazen.

De rol van gemeenten in de praktijk

Gemeenten spelen een centrale rol in het leegstandsbeleid. Zij zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van verordeningen, het registreren van leegstand, toezicht en handhaving, het stimuleren van hergebruik en het verlenen van vergunningen. Tegelijkertijd verschilt de uitvoering sterk per gemeente.

Slechts +/-10% van alle gemeenten in Nederland gebruikt de leegstandsverordening actief. Het aantal gemeenten met een verordening groeit de laatste jaren wel aanzienlijk. Vóór 2019 waren er 14 vastgestelde leegstandsverordeningen, op het moment van schrijven zijn dat er 37. Sinds 2019 zien we een opmerkelijke toename van het aantal gemeenten die een leegstandsverordening vaststelt voor het tegengaan van leegstand van woningen.

In de evaluatie van 2024 gaven diverse gemeenten aan geen noodzaak te zien om een verordening vast te stellen. Andere gemeenten hebben aangegeven dat ambtelijke capaciteit een belangrijke beperkende factor is. Daarnaast twijfelt een aantal gemeenten over de effectiviteit van het instrument. Gemeenten die wel met een verordening werken gaven aan dat ze vooral de meldplicht en het gesprek met de eigenaren als waardevol ervoeren.

Uit de evaluatie blijkt ook dat het verkrijgen van betrouwbare informatie een uitdaging is. Gemeenten zijn vaak afhankelijk van administratieve data (zoals inschrijvingen van bewoners en bedrijven). Uit praktijkervaringen en studies blijkt dat die administratie niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid achter de voordeur. Een inschrijving op een adres staat namelijk niet gelijk aan het daadwerkelijk gebruiken van een pand. Hierdoor kan een deel van de werkelijke leegstand buiten beeld blijven.

Benieuwd welke gemeenten een leegstandsverordening hebben?

Bekijk welke gemeenten een leegstandsverordening hebben ingevoerd.

Bekijk het overzicht

Tot slot

Het Nederlandse leegstandsbeleid is in beweging, mede doordat politieke partijen leegstand willen aanpakken. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om leegstand aan te pakken. Tegelijkertijd blijft de praktijk weerbarstig. Inzicht in leegstand is niet altijd volledig, en de uitvoering van beleid verschilt per gemeente. Juist daarom spelen signalen en meldingen vanuit burgers een belangrijke rol bij het zichtbaar maken en beter begrijpen van leegstand.

Hoewel het beleidsinstrumentarium de afgelopen jaren is uitgebreid, blijft de effectiviteit in de praktijk afhankelijk van meerdere factoren zoals:

beschikbare capaciteit bij gemeenten
bereidheid van eigenaren om mee te werken
juridische procedures en bewijsvoering
lokale prioriteiten en politieke keuzes

In de praktijk blijken er ook veel obstakels te zijn om leegstand daadwerkelijk op te lossen en gebruik mogelijk te maken. Regels, vergunningen en lange wachttijden kunnen ongewenste leegstand in stand houden. Parkeernormen vormen vaak een obstakel voor mogelijk maken van woningen in lege etages in winkelstraten.

Leegstandsbeleid is nog altijd een decentrale bevoegdheid en gemeenten zijn niet verplicht om een verordening vast te stellen. In december 2025 is wel aangekondigd dat gemeenten in hun volkshuisvestingsprogramma moeten gaan aangeven welke maatregelen zij nemen tegen leegstand. De algemene maatregel van bestuur die dit regelt is nog niet vastgesteld.

© 2026 VacantMap. Hergebruik alleen toegestaan met bronvermelding. Laatste wijziging: 21-3-2026