Het Huidige Beleid
Smallingerland stelde een centrumvisie vast vanwege de aanhoudende druk op het winkelaanbod. De kern van die visie is een compacter centrum: minder winkels en minder parkeerplaatsen, en juist meer groen en woningen. Ongeveer een kwart van de huidige winkelvoorraad zou getransformeerd moeten worden naar wonen, wat neerkomt op 250 tot 300 appartementen in het centrumgebied. Door functies te concentreren, nieuwe functies toe te voegen en de kwaliteit en uitstraling te verbeteren wil de gemeente het gebied een nieuwe impuls geven. In het oostelijke deel van de Kaden wordt een teruglopende winkelfunctie verwacht, waardoor daar ruimte ontstaat voor andere functies dan detailhandel — waarbij wonen als meest logische invulling wordt gezien, ook op de begane grond. Voor de herontwikkeling van het gebied Vogelzang-Noorderbuurt, met ruimte voor winkels, woningen, zorg, publieke functies en een nieuwe parkeergarage, vroeg de gemeente vijf miljoen euro aan uit de landelijke Impulsaanpak Winkelgebieden. Die aanvraag werd niet gehonoreerd, waardoor een deel van de beoogde aanpak zonder rijksbijdrage moet worden gefinancierd.
Industrie, werkgelegenheid en het buitengebied
Leegstand speelt in Smallingerland niet alleen in het winkelhart. Drachten groeide in de twintigste eeuw uit tot industrieplaats en heeft een omvangrijke bedrijvigheid, met grote werkgevers in de hightech en maakindustrie en uitgestrekte bedrijventerreinen aan de rand van de kern. Gemeentebreed had 2,3% van de verblijfsobjecten op 1 januari 2025 geen geregistreerde gebruiker (660 objecten); van die leegstand stond 44% een jaar eerder ook al leeg, wat erop wijst dat een substantieel deel niet kortdurend is. Buiten Drachten liggen bovendien kleinere dorpen waar voorzieningen onder druk staan en waar leegstand een ander karakter heeft dan in het centrum.
Vooruitblik
Drachten kiest voor de route die veel middelgrote centrumsteden inslaan: winkelmeters uit de markt halen en er wonen voor terugbrengen. Dat is op papier een sluitende redenering, maar het vergt jaren en het is afhankelijk van de bereidheid van individuele vastgoedeigenaren om mee te bewegen — zeker nu de rijksbijdrage voor Vogelzang-Noorderbuurt niet doorging. Zolang die transformatie loopt, blijft zichtbaar welke panden daadwerkelijk leegstaan een nuttige graadmeter voor de vraag of het compacter maken van het centrum ook echt tot minder leegstand leidt, of vooral tot een verplaatsing ervan naar de randen.