Leegstand in Drenthe
Drenthe heeft van alle Nederlandse provincies het laagste leegstandspercentage: 2,0% van de gebouwen staat administratief leeg, tegen een landelijk gemiddelde van 2,7%. Binnen de provincie loopt dat wel sterk uiteen, van 1,2% in Aa en Hunze tot 3,0% in Noordenveld — een verschil dat vooral samenhangt met de economische geschiedenis van elk gebied.
Cijfers & data
Administratieve leegstand
Er is sprake van administratieve leegstand wanneer er geen inschrijving is op het adres door een persoon of organisatie op 1 januari. De cijfers zijn afkomstig van het CBS, 1 januari 2025, zowel geteld naar aantal gebouwen als naar vierkante meters vloeroppervlak. Het zijn geen vaststellingen van feitelijke leegstand, maar het kan wel een indicatie geven.Deze getallen zijn geen vaststelling van de werkelijke leegstand op straatniveau, maar een indicatie. De werkelijke leegstand kan hoger of lager liggen.
Bevolkingsgroei
Werkelijke ontwikkeling van het inwonertal tussen 2000 en 2026, op provincieniveau (CBS).Huishoudens
Verwachte ontwikkeling van het aantal huishoudens tussen 2026 en 2050, op provincieniveau (ABF Research Primos prognose).ABF Research — Primos prognose
Gemeenten in Drenthe
Krimp- en anticipeergebieden
Oost-Drenthe (Emmen, Coevorden, Borger-Odoorn e.o.) is een anticipeergebied.
Variaties in leegstand
Emmen, de grootste gemeente van de provincie, zit met 2,6% net boven het provinciaal gemiddelde — een nasleep van de neergang van de textiel- en aardappelmeelindustrie die de regio decennialang heeft gekenmerkt, en waarvan de gevolgen voor bedrijfspanden en winkelvastgoed nog altijd zichtbaar zijn. Assen zit met 1,9% juist ruim onder het provinciaal gemiddelde: als provinciehoofdstad met veel overheidswerkgelegenheid kent de stad een stabielere vastgoedmarkt dan de meer industrieel georiënteerde gemeenten in het zuidoosten.
Waarom de cijfers zo uiteenlopen
Net als het aangrenzende Oost-Groningen kende Zuidoost-Drenthe, met Emmen als centrum, in de negentiende en twintigste eeuw een economie rond turfwinning en de daaropvolgende landbouw- en verwerkingsindustrie. Toen die industrieën terugliepen, bleef er relatief weinig vervangende werkgelegenheid over — een patroon dat in de hele noordelijke veenkoloniale band, van Groningen tot Drenthe, terugkomt. Het overige, agrarischere deel van de provincie kent een lagere maar hardnekkigere vorm van leegstand: boerderijen en schuren die leegkomen zonder dat de reguliere cijfers dat goed vastleggen.
Beleid en programma's
Oost-Drenthe (met Emmen, Coevorden en Borger-Odoorn) is door het Rijk aangewezen als anticipeergebied vanwege de verwachte bevolkingsontwikkeling. Net als in de rest van het Nederlandse platteland speelt in Drenthe de aanpak van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) een grote rol: boerderijen die na bedrijfsbeëindiging leegkomen en zonder herbestemming verpauperen. Provincie en gemeenten zetten daarbij, net als in Overijssel, in op sloop-voor-bouw-achtige regelingen die eigenaren een economisch perspectief bieden om overtollige bebouwing weg te halen.
Vooruitblik
Drenthe illustreert dat een lage gemiddelde leegstand niet betekent dat er geen opgave is: de cijfers verschillen sterk tussen gemeenten, en juist in het buitengebied is leegstand door de lage dichtheid minder zichtbaar in landelijke monitors — maar niet minder relevant voor de mensen die er wonen. De opgave in Zuidoost-Drenthe verschilt bovendien wezenlijk van die in het overige, agrarischere deel van de provincie.
Daarom is het belangrijk om leegstand te melden: veel van de leegstand in het Drentse buitengebied — verspreide boerderijen en schuren — komt door de lage dichtheid nauwelijks naar voren in landelijke monitors. Een actuele melding van bewoners of de redactie brengt precies dát soort leegstand alsnog in beeld.
