Op 10 oktober is het Wereld Daklozendag. Een dag waarop we stilstaan bij en aandacht vragen voor mensen die geen huis hebben om in te wonen. De tegenstelling dat tienduizenden mensen in Nederland geen huis of dak boven hun hoofd hebben, terwijl overal gebouwen leegstaan, was een van de redenen om VacantMap te beginnen.
Ons beeld klopt niet
Bij het woord 'dakloze' denken veel mensen aan iemand met een slaapzak in een portiek met een verslaving of psychische problemen. Die mensen bestaan, maar zijn slechts het zichtbare deel van een veel groter verhaal. De meeste mensen zonder huis slapen niet op straat. Ze slapen op de bank bij vrienden of familie, in een auto of caravan, een schuur of een andere noodoplossing. Dat heet thuisloosheid: je hebt ergens een slaapplek, maar geen huis.
De ETHOS-telling van Hogeschool Utrecht en Kansfonds laat zien hoe gevarieerd deze groep is. Van de getelde mensen is 31 procent vrouw en 14 procent kind. Een derde is jonger dan 27. Bovendien laat de telling zien dat het niet alleen in grote steden speelt, maar dat er in kleine gemeenten ook veel mensen zonder huis zijn.
Eerst je huis kwijt, dan de problemen
Hoewel dakloosheid in het publieke debat vaak wordt geframed als het resultaat van individuele problemen (zoals verslaving of psychische klachten), toont wetenschappelijk onderzoek aan dat dak- of thuisloos raken in veel gevallen de primaire katalysator is van toenemende multiproblematiek. Het wegvallen van een veilige woonplek veroorzaakt een directe verslechtering van de fysieke en mentale gezondheid, vergroot sociaal-economisch isolement en belemmert de effectiviteit van hulpverlening. Uit evaluaties van 'Housing First'-interventies blijkt dan ook dat herstel pas structureel optreedt wanneer de woonsituatie wordt gestabiliseerd.
Om hoeveel mensen gaat het?
Dat weet niemand precies, en dat is al veelzeggend. Volgens het CBS is het aantal daklozen tussen 2009 en 2018 meer dan verdubbeld. In 2024 telde het CBS ongeveer 33.000 mensen. Maar het CBS telt niet iedereen. Het gaat alleen om mensen tussen 18 en 65 jaar die in de registers voorkomen, vooral via een briefadres of een uitkering voor daklozen. Wie jonger dan 18 of ouder dan 65 is, of geen verblijfsstatus heeft, telt niet mee. Hetzelfde geldt voor mensen die langere tijd in de opvang verblijven of mensen die zich nergens melden en zelf een oplossing zoeken. Experts en hulporganisaties stellen daarom dat veel mensen zonder huis buiten beeld blijven.
Daarom tellen Hogeschool Utrecht en het Kansfonds sinds 2023 volgens de ETHOS-methode. Op één dag vullen opvangorganisaties, maar ook huisartsen, scholen, welzijnswerkers, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers in wie ze tegenkomen. In de laatste telronde telden ze in 57 gemeenten samen 28.721 dak- en thuisloze mensen, onder wie 4.062 kinderen. Dat is bijna evenveel als het CBS voor heel Nederland schat. In Amsterdam en Den Haag heeft meer dan 1 procent van de inwoners geen volwaardige woonplek.
Wanneer je de uitkomsten van de telrondes doortrekt naar heel Nederland, kom je op ongeveer honderdduizend mensen. Als we dan ook nog rekening houden met mensen die nergens in beeld zijn, ligt het werkelijke aantal nog hoger. In 2026 is de grootste telling in Nederland ooit gehouden, met deelname van 95 gemeenten in elf regio's. De resultaten verschijnen in december 2026.
Hoe rijmt dit met lege gebouwen?
Een leeg kantoor is nog geen thuis, en leegstand lost dak- en thuisloosheid niet in één keer op. Maar het blijft lastig uit te leggen dat er mensen geen dak boven hun hoofd hebben, terwijl er wel veel gebouwen leegstaan. Dit oplossen vraagt om keuzes en de durf om iets te veranderen. Nu stranden goede ideeën vaak op risicomijding. Hoe zit het met de verzekering als een leeg pand tijdelijk opvang wordt? En wie is verantwoordelijk als er iets misgaat? Dat zijn terechte vragen, maar over de kosten van níets doen hoor je veel minder. Uit kosten-batenanalyses die Cebeon voor het ministerie van VWS maakte, blijkt dat elke euro die je investeert in bijvoorbeeld kleinschalige opvang of wonen bij burgers zo'n 3 tot 6 euro aan maatschappelijke baten kan opleveren. Nog los van het persoonlijk leed dat daarmee voorkomen kan worden.
Wie niet vraagt om verandering, handhaaft de status quo.
