Variaties in leegstand
Op het vasteland springt Leeuwarden eruit met 3,3%, ruim boven het provinciaal gemiddelde van 2,4%; Súdwest-Fryslân, met kernen als Sneek en Bolsward, volgt met 2,9%. Noordoost-Friesland is een officieel erkende krimpregio, maar de leegstand die daar het meest telt, is voor een groot deel niet in deze cijfers te zien: het gaat om vrijkomende agrarische bebouwing. Naarmate melkveebedrijven stoppen of schaalvergroten, komen schuren, stallen en boerderijwoningen in het buitengebied leeg te staan, buiten het blikveld van de reguliere woning- en winkelmonitors.
Beleid en programma's
De gemeenten in Noordoost-Friesland werken samen met de provincie aan een regionale woonagenda die inzet op sloop van overtollige en verouderde woningvoorraad in plaats van enkel nieuwbouw. Voor de Waddeneilanden en Noordwest- en Zuidoost-Friesland — aangewezen als anticipeergebied — ligt de nadruk op het reguleren van de balans tussen permanente bewoning en recreatief gebruik, juist omdat die balans direct bepaalt hoe de BRP-leegstandscijfers op de eilanden uitpakken, en op het op peil houden van voorzieningen bij een krimpende bevolking.
Vooruitblik
De cijfers uit dit dossier laten zien dat "leegstand in Friesland" geen eenduidig verhaal is: eilandleegstand door recreatiewoningen is een heel ander vraagstuk dan de structurele leegstand in Noordoost-Friesland of de onzichtbare leegstand van vrijkomende boerderijen in het buitengebied. Een gebiedsgerichte aanpak, zoals de provincie en gemeenten die met de krimpregio-status al voeren, blijft dan ook het uitgangspunt.
Daarom is het belangrijk om leegstand te melden: het CBS-cijfer maakt geen onderscheid tussen een leegstaande recreatiewoning op Vlieland en een structureel leegstaande boerderij in Noordoost-Friesland, terwijl dat voor de aanpak een wezenlijk verschil is. Een actuele melding van bewoners of de redactie helpt om dat onderscheid alsnog te maken.